24       
Liever steek ik het niet dood,
want het is zo sterk en groot
dat het grote waarde heeft.
Weet dus, als u overleeft,
dat uw paard nog bij u is."


Elegast weersprak: "Gewis,
stond u hier nu niet te voet
dan zou ik u kort en goed
doodslaan als een paria,
maar dat is mijn eer te na.
Ook al kost het mij de kop,
klim nu snel uw paard weer op.
Laat ons doen wat ridders doen,
want ik hecht aan mijn fatsoen.
Ik verwacht dat men mij prijst
als de kamp mijn deugd bewijst!"


Koning Karel was ontsteld
dat het slot werd uitgesteld!
Eggeric heeft niet gedraald,
maar meteen zijn paard gehaald.
Toen hij in het zadel zat
werd de felle kamp hervat.
Uren duurde deze strijd,
nog tot lang na vespertijd.
Nooit heeft iemand sedertdien
zó een woest duel gezien
als dat tussen deze heren,
eerlijk waar, ik durf het zweren.
Koning Karel smeekte toen:

"God, u moet hier iets aan doen,
want het wordt de hoogste tijd
dat een eind komt aan de strijd!
Rond het af, dit wreed gevecht,
oordeel nu, naar eer en recht!"


Elegast bezat een zwaard,
meer dan twintig paarden waard,
dat tenslotte uitkomst bood
in dit strijdperk van de dood.
Karel had het hem gegeven.
Hoog door Elegast geheven
kwam dit zwaard nu neergedaald
en Gods vonnis heeft bepaald
dat het doel trof met geweld.
Zó werd Eggeric geveld!
Allen zagen dat zijn hoofd
dwars doormidden werd gekloofd.
Uit zijn zadel viel hij, dood,
zoals God die dag gebood.

Karel bad: "O Heer hier boven,
danken wil ik u en loven
nu de vijand niet meer leeft
die mijn dood gezworen heeft.
Dankzij u en uw genade
overwonnen wij het kwade."

Vers 1397-1433, 1434-1460.