22       
Ik kwam stiekem naderbij
en mijn rechter handschoen ving
voor ik uit de kamer ging
druppels die ik hier bewaar."

Koning Karel keek ernaar,
velen wierpen snel een blik.
"Ook al loochent Eggeric,
vr de zon ter kimme gaat
sta ik onbevreesd paraat
voor een dodelijk duel:
liegt hij niet of liegt hij wel!"

Eggeric zei onvervaard:
"Zo een klucht blijft mij bespaard.
Hij gelooft toch zeker niet
dat ik met een aartsbandiet
om zijn vuile leugens vecht?
Haal voor hem een boerenknecht
met een knuppel en een riek."

Elegast gaf als repliek:
"Ik ben hertog, net als u,
maar als balling leef ik nu.
Boos heeft Karel mij onteerd
en mijn goed geconfisqueerd,
maar verraad dat wijs ik af!
Ik ben trouw en draag mijn straf.
Ja, ik steel bezit van rijken,
maar ik ga niet over lijken.
Niemand die een moord beraamt
heeft benul van wat betaamt.
U kunt nooit verschoning vragen
als een man u uit wil dagen!"
Karel brulde enthousiast:
"Dit is rechtspraak die me past!
Deed ik naar mijn eigen smaak,
dan nam ik meteen al wraak
en kreeg Eggermond de strop!"


Toen gaf Eggeric het op,
want hij had begrepen dat
meer verzet geen zin meer had:
ofwel vechten, ofwel hangen,
in dat net was hij gevangen.
Niemand hielp hem, van zijn lieden,
om de tweestrijd te verbieden.
Het duel werd vastgesteld
in de middag, op het veld.
Karel wenste en gebood
al zijn heren, klein en groot,
vol bewapend daar te zijn
bij het ingeperkt terrein.
Ieder moest van hem verplicht
toezien bij dit godsgericht.
Elegast beloofde hij:
"Wint u dit duel voor mij,
met behoud van eigen leven,
ik zal u mijn zuster geven,
nu met Eggermond gehuwd,
die verraad en moord niet schuwt."


Weldra, kort voor vespertijd,
was het strijdperk toebereid.
Vers 1275-1306, 1307-1334