21       
Dit heeft Elegast vernomen
toen de bode was gekomen,
want die heeft precies herhaald
wat de koning had bepaald.
Als een kind zo blij verrast
reageerde Elegast!
Snel trok hij zijn harnas aan
om meteen op weg te gaan.
Dit was een urgente taak,
meer dan dat: een erezaak:
dikwijls had hij God bezworen,
wil me n keer slechts verhoren,
dan zou ik het liefste vechten
om een tweekamp te beslechten
namens mijn geliefde heer,
ter bescherming van zijn eer.

Nu het volgende toneel:
Ingelheim, het trots kasteel.
In de volle ridderzaal
schalde Elegasts verhaal:

"Koning, heren, hier bijeen,
weest gegroet, behalve n.
Eggeric begroet ik niet!
Jezus, die zich doden liet
toen hij op de aarde kwam,
zorgde dat ik laatst vernam
dat die ridder hangen moet,
want hij snakt naar Karels bloed,
Eggeric van Eggermond!
Als gerechtigheid bestond
zat hij nu allang gevangen
om te worden opgehangen.
Hoort wat ik u plechtig zweer:
dden wil hij onze heer!"


Eggeric had graag weerlegd
wat de ridder had gezegd.
Liefst had hij hem omgebracht,
maar daartoe had hij geen macht.
Karel vroeg de ridder toen:

"Welkom, maar wat komt u doen?
Spreekt u waarheid, zonder spot?
Meldt u ons een vuig complot?
Hoe en wat hebt u gehoord?
Wie beraamt een koningsmoord?
Kent u Eggermond of niet?
Zeg ons wat er is geschied,
maar vertelt u ons geen leugen,
want dat zou u pijnlijk heugen!"


"Gaarne, heer," zei Elegast,
"mijn beschuldiging staat vast.
Eggeric beraamt uw moord,
heb ik van hemzelf gehoord.
Hij was naast zijn vrouw gelegen,
zij had net een klap gekregen,
want ze had bezwaar gemaakt.
Alles was vol bloed geraakt:
van haar neus en kin en mond
stroomde het tot op de grond,
want ze boog uit bed opzij.
Vers 1216-1245, 1246-1274.