12       
Nu, door God daarmee belast,
vroeg hij ridder Elegast:
"Met respect voor uw gevoel,
weet u dan een beter doel?"

Karel bood in deze nacht
zijn behendigheid en kracht
aan de zwarte ridder aan,
als hij met hem mee mocht gaan.

"Ja," zei Elegast, "mijn keuze
is bepaald een serieuze.
Ik stel voor, op goede grond:
Eggeric van Eggermond.
Hij, met Karels zus gehuwd,
is een man van wie men gruwt!
Velen deed hij onrecht, laf,
bracht hen tot de bedelstaf.
Karel zelfs, zijn soeverein,
zou voor hem niet veilig zijn.
Denk gerust aan koningsmoord,
ja, dat heb ik echt gehoord.
Toch heeft Karel hem bedacht
met een staat van praal en pracht
en een leen vol overvloed.
Hij verzuipt in geld en goed.
Het zal Eggeric niet deren
als we daarvan profiteren!
Of weet u een beter doel?"


Karel zweeg. Naar zijn gevoel
was dit voorstel niet verkeerd,
want hij had geredeneerd
dat zijn zus, werd hij gevangen,
hém toch heus niet op zou hangen.
Eggeric was keuze één,
kwamen beiden overeen,
om vannacht op af te gaan.
Karel voelde zich voldaan
en hij reed in kalme draf
op een kale akker af:
daar had hij een ploeg zien staan
in het schijnsel van de maan.
Elegast reed rustig door.
Karel volgde in zijn spoor,
maar hij sprong nu van zijn ros
en bond snel het ploegmes los.
Hij bedacht in zijn gemoed:
zulk een mes is altijd goed,
want bij inbraak in een slot
hakt men vaak een wand kapot,
dus een kapmes is wat waard.*
Daarna steeg hij weer te paard.
Zo reed Karel al weldra
ridder Elegast weer na.


Graag weer aandacht, allemaal!
Het vervolg van dit verhaal!**


Na hun aankomst bij de veste
- een der fraaiste en de beste
op de oevers van de Rijn -
schouwden beiden het terrein.
Vers 679-708, 709-736. *In sommige teksten laat Karel gouden munten achter voor de gedupeerde boer.
** We zijn hier halverwege het verhaal. Misschien was er een pauze geweest.