naar index van Geen Kunst




Er schuilt geen doodskopdreiging in 't behang,
noch zijn er knekelvingers die je porren;
en als de waterbuizen weer eens morren
is dat gewoon hun misantroop gezang.
't Houtwerk kreunt en steunt wat, moe van 't dragen,
er drupt een kraan en buiten mauwt een kat;
in 't vaag gedruis - de adem van de stad -
suist zacht een briesje, quasi om te klagen.

O slaap gerust! En doof het laatste licht:
het koele kussen vlijt zich aan je wang,
de lakens plooien zich in welbehagen,
een engel streelt en kust je ogen dicht,
het duister zélf omhelst je, uren lang!
En als je meer wilt hoef je 't maar te vragen...



Circa 1990, Slaapliedje.
Vincent van Gogh, 1890.